
Raymond Verheijen is een autoriteit op het gebied van de inspanningsfysiologie en periodisering. Hij schreef hierover het ‘Handboek Voetbalconditie’ en ‘Het Periodiseren van Voetbal’. Op dit moment is hij coach periodisering bij de jeugdopleiding van Feyenoord.
Hij legt voor alle jeugdelftallen de gehele trainingsopbouw vast. Daarnaast is hij onder meer assistent van Guus Hiddink bij het Russische team.
Hoe bent u inspanningsfysioloog geworden?
,,Al op mijn achttiende moest ik vanwege een blessure noodgedwongen stoppen met voetbal op hoog niveau. Ik besloot mijn trainerspapieren bij de KNVB te gaan halen en tegelijkertijd een studie Bewegingswetenschappen aan de VU te volgen. Voor mijn afstudeerscriptie analyseerde ik de voetbalarbeid van spelers in de Engelse Premier League. Die uitkomst vormde de basis voor het Handboek Voetbalconditie. Het boek zorgde voor een enorme omslag in de manier van denken over periodisering en werd een bestseller. De KNVB vroeg mij in 1998 als docent voor de verschillende trainerscursussen. Daar heb ik me tot 2006 bezig gehouden met het onderwijzen in periodisering. Daarnaast werd ik onder meer door Frank Rijkaard bij het Nederlands elftal gevraagd om de trainingsprogramma’s te ontwikkelen en uit te voeren en werkte ik op het afgelopen EK als assistent van Guus Hiddink bij het Russische elftal. Sinds 2006 ben ik parttime in dienst van Feyenoord.’’
Van waar die fascinatie voor de inspanningsfysiologie?
,,Als voetballer vroeg ik me dikwijls af waarom de conditietraining geïsoleerd was van de reguliere training. Het was eerst rennen en vliegen, om pionnen heen en rondjes draven en dan startte de voetbaltraining. Niet erg motiverend en merkwaardig, omdat de insteek, zeker in de voorbereiding, moet zijn dat je voldoende conditie hebt om het voetbalspel te kunnen spelen. Daarbij vond ik het raar dat iedereen precies op dezelfde manier aan zijn conditie werkt. Of je nu in de spits speelt, keeper bent of verdediger. Deze twee vraagstukken liepen als een rode draad door mijn studie Bewegingswetenschappen. Aan het eind bleek ik in staat om mijn gevoel te onderbouwen: nee, het is niet nodig om conditietraining los te trekken van het voetbal. Je krijgt juist door te voetballen conditie. Hoe langer je blijft spelen, hoe fitter je wordt.’’
Dat is ook uw visie geworden?
,,Ja, samen met een andere kijk op trainingsintensiviteit. De meeste blessures ontstaan als gevolg van het trainingsprogramma van de trainer. Met name door de trainingsopbouw. Tijdens de voorbereiding op een nieuw seizoen wordt er veel en veel te hard getraind. Trainers zijn er op gebrand om de spelers zo fit mogelijk te maken, dus wordt er keihard getraind, maar daardoor raakt de een na de ander geblesseerd. Je ziet heel vaak dat als de competitie start clubs kampen met een waslijst aan blessures. Terwijl in de voorbereiding juist een ingespeeld elftal het belangrijkst is. Het uitgangspunt moet zijn dat de trainer elke wedstrijd de beste spelers ter beschikking heeft.’’
Blessures zijn een gevolg van overtraining?
,,Voor 95 procent. Maar de trainers willen daar niet aan. Vaak worden ze in de categorie pech gestald. Een speler scheurt zijn kruisband op de training. Dan wordt er gezegd: ‘Wat jammer, er was geen tegenstander in de buurt, dus hij heeft gewoon zelf zijn knie verdraaid’. Maar die speler heeft al duizenden keren dezelfde draaiende beweging gemaakt. Bij inspanning sturen de hersenen een signaal naar de spieren rondom de knie, zodat hij zijn knie kan draaien zonder dat deze kapot gaat. Als spelers vermoeid zijn, lopen de signalen van de hersenen langzamer. De knie draait wel, maar de spieren zijn niet aangespannen en dan is het kassa. Een blessure dus. Dat kun je betitelen als domme pech, ik beweer dat het te maken heeft met een te zware training.’’
Dat klinkt logisch.
,,Precies en dat zeggen ook veel trainers als ik uitleg hoe essentieel de arbeid/rustverhouding is tijdens het periodiseren. Maar toch blijkt voor een aantal trainers mijn visie een te hoge drempel. Ze zijn bang zijn dat ze te weinig trainen en niet fit genoeg beginnen aan de start van de competitie. Ook de spelers zelf komen ongerust vragen of ze niet te weinig doen. Het is een andere manier van benaderen, maar dat het werkt moet je zelf ervaren. Bij de Feyenoord-jeugd werpt het inmiddels zijn vruchten af. Sinds ik in 2006 in de jeugd bij Feyenoord ben begonnen als coach periodisering scoren de spelers steeds beter op de conditionele testen en worden de voetbalprestaties beter. In vergelijking met drie jaar geleden is het aantal jeugdinternationals bij ons meer dan verdubbeld. Maar het belangrijkst is dat er significant minder blessures zijn.’’
Wordt uw theorie ook bij het eerste elftal van Feyenoord toegepast?
,,Nee. Gertjan Verbeek is een trainer die conditie- en krachttraining als stokpaardje heeft. Hij denkt de periodisering zelf het beste te kunnen invullen en dat is natuurlijk zijn goed recht.’’



GO FR-FANATIC AAN

Hartstikke leuk allemaal maar je leert er niet van hoe te voetballen. Inzicht en techniek is belangrijker.
Quote
AntwoordHet is niet de schuld van de nieuwe trainer, maar van de oude trainers die we gehad hebben. Als we een trainer hadden gehad [een paar jaar geleden], die fysieke kracht net zo belangrijk vond als Verbeek, dan hadden we nu misschien nog een topclub van bikkels gehad. En niet een topclub van watjes….
Quote
Antwoord